Borstvoeding

Borstvoedingsvoorlichtingsavond

Om de maand is er een voorlichting bij ons op de praktijk over het geven van borstvoeding. De voorlichting wordt gegeven door een ervaren kraamverzorgster. In een kleine groep krijg je voorlichting over het op gang brengen en geven van borstvoeding.

Borstvoeding

Wereldwijd wordt borstvoeding aangeraden als eerste keus voor babyvoeding. Maar waarom? Meer en meer wordt in onderzoeken bevestigd dat kinderen die borstvoeding hebben gehad een kleinere kans hebben op vele gezondheidsproblemen en ziekten. Het gaat hierbij onder andere om een verlaagde kans op overgewicht, hoge bloeddruk, infecties aan het maag-darmkanaal, middenoorontsteking, astma, eczeem, diabetes, leukemie, atopie en ziekte van Crohn. Ook zijn er aanwijzingen dat borstgevoede kinderen zich intellectueel en motorisch beter ontwikkelen. Je baby profiteert hiervan optimaal als het ten minste 6 maanden borstvoeding krijgt, maar elke week telt. Niet alleen voor je baby verlaagt borstvoeding de kans op gezondheidsproblemen, ook voor jou als je borstvoeding geeft zijn er tal van voordelen te noemen; minder bloedverlies na de bevalling, sneller herstel van je lichaam, minder kans op borst-, baarmoeder- en eierstokkanker en botontkalking. Daarnaast zijn er ook vele praktische redenen te noemen om borstvoeding te geven. Het is namelijk gratis, altijd op temperatuur en bij de hand, je hoeft geen flessen uit te koken et cetera.

Hoe werkt het?

Direct na de bevalling zorgen de hormonen oxytocine en prolactine ervoor dat de borstvoeding op gang kan komen. Als vervolgens de baby aan de borst gaat drinken, geeft dit een signaal aan het lichaam om meer melk aan te maken. Op deze manier ontstaat een mooi systeem van vraag en aanbod.

Praktische informatie

Vrijwel elke baby heeft bij de geboorte al reflexen (zoek- en zuigreflex) om aan je borst te gaan drinken. Dit betekent echter niet dat borstvoeding geen tijd en oefening vergt. Zowel jij als je baby moeten borstvoeding leren. Gelukkig sta je daar niet alleen voor. Zowel in het ziekenhuis als thuis (verloskundige en kraamverzorgende) krijg je begeleiding om de borstvoeding te laten slagen. Misschien zal je de eerste week het gevoel hebben dat je alleen nog maar aan het voeden bent, maar als het goed op gang is en jij en je baby krijgen er wat meer handigheid in, zal je merken dat het de tijd en energie van de eerste week meer dan waard is. Om de borstvoeding te laten slagen, zijn er een aantal dingen belangrijk om te weten en toe te passen. Zorg voor huid-op-huid contact tussen jou en je kind. Dit stimuleert bij jou als moeder hormonen die nodig zijn voor de melkproductie, en zo blijft je baby lekker warm. Als je bevalling goed verloopt zullen we er altijd naar streven je baby direct na de geboorte bij jou op je blote huid te leggen. Leg je kind aan de borst, zodra het gaat zoeken en happen. Meestal is dit binnen 1 of 2 uur na de geboorte. Hier zullen wij, de kraamverzorgende of iemand in het ziekenhuis je bij helpen. Voed zo vaak als je kind dat wil. De eerste dagen zal de baby 10 tot 12 keer om de borst vragen. Na de eerste week zal de baby ongeveer 7 tot 8 keer per dag gevoed willen worden, maar meer kan ook als je kind daar behoefte aan heeft. Leer de signalen van je kind herkennen door veel tijd met elkaar door te brengen, zet het wiegje bij je bed.

Hoe leg je de baby aan de borst?

Alleen als je baby goed is aangelegd, kan hij de borst goed leegdrinken en krijgt je baby voldoende melk binnen. Ook voorkom je daarmee problemen zoals pijnlijke tepels en verstopte melkkanaaltjes of een borstontsteking. Let bij het aanleggen op de volgende punten:

• Zorg ervoor dat je ontspannen zit en ongestoord de borst kan geven.
• Zorg voor voldoende ruggensteun.
• Breng de baby op goede hoogte en kijk na het aanleggen of je ergens een kussentje nodig hebt om je arm te ondersteunen.
• Leg je baby met zijn buikje tegen jouw buik. Het lijfje en hoofdje in één rechte lijn.
• Stimuleer de bovenlip met de tepel totdat het mondje wijd open gaat. Breng je kind dan naar de borst, zodat het kan toehappen.
• Leg de baby met zijn neusje bij de tepel. De baby zal zijn hoofdje oprichten om de tepel te zoeken en goed te kunnen pakken. Na het aanleggen ligt het hoofdje achterover, het neusje ligt vrij en het kinnetje drukt zachtjes in de borst. Soms lijkt het alsof de baby geen adem kan halen. Druk dan de billen dichter tegen je aan: het hoofdje zal verder achterover buigen, zodat het neusje vrijkomt van de borst.
• Na het toehappen is de onderlip naar buiten gekruld. De wangetjes zijn bol, en er zijn geen smakgeluidjes.
• Je kind zal in het begin korte snelle zuigbewegingen maken (het toeschietreflex) en daarna flinke teugen met af en toe een rustpauze. Je hoort de baby slikken.
• De baby laat de borst vanzelf los. Houd de baby goed rechtop voor een eventuele boer en biedt daarna de andere borst aan. Zeker in het begin willen sommige baby’s na de tweede borst nog meer drinken. Bied dan weer de eerste en eventueel tweede borst aan.
• Kijk na de voeding of je tepel mooi rond is of afgeplat: een platte tepel raakt beschadigd. Om dit te voorkomen moet de baby zijn mondje wijder open doen, zodat de tepel met een deel van het tepelhof goed in het mondje terecht komt.
• Als het voeden pijn dote haal je de baby van de borst en onderneem een nieuwe poging. Het eerste aanzuigen kan gevoelig zijn. Je moet tenslotte aan het zuigen wennen. Na ongeveer 2 weken is dit over. Borstvoeding geven hoort geen pijn te doen. Pijn wordt bijna altijd veroorzaakt doordat de baby niet goed is aangelegd. Schakel direct hulp in als de pijn blijft, bijvoorbeeld van een lactatiekundige.

Verstopt melkkanaaltje

Een borstontsteking is iets anders dan een verstopt melkkanaaltje, of dan meerdere verstopte melkkanaaltjes. Een verstopt kanaaltje is niet ontstoken en dus is er geen antibioticakuur voor nodig om het te behandelen. Bij een verstopt melkkanaaltje heb je een pijnlijke, gezwollen harde plek in de borst. Op de plaats van de verstopping is de huid vaak vrij rood, maar niet zo intens rood als dat bij borstontsteking het geval is. In tegenstelling tot een borstontsteking gaat een verstopt kanaaltje meestal niet gepaard met koorts, al is het mogelijk. Als een verstopte melkklier niet goed wordt geleegd kan deze overgaan in een bortontsteking. Tips:

• Blijf je baby aanleggen aan de borst met de verstopping.
• Leeg het aangetaste gebied zo goed mogelijk.
• Leg goed aan.
• Pas borstcompressie toe terwijl de baby drinkt. Probeer je hand rondom of achter het verstopte kanaaltje te krijgen en constante druk uit te oefenen terwijl je baby drinkt als dit niet teveel pijn doet.
• Probeer het kinnetje van de baby naar de verstopping te laten wijzen. Als de verstopping bijvoorbeeld aan de onder/buitenkant van de borst zit (7 uur) kan voeden in de rugby houding helpen.
• Pas warmte toe op het aangetaste gebied voor of tijdens het voeden. Hiervoor kan je een warm kompres of warmwaterkruik gebruiken, maar let er wel op dat je de huid niet verbrandt door te lang te veel warmte aan te brengen.
• Neem rust. Niet altijd makkelijk als je een pasgeboren baby hebt, maar ga samen met de baby naar bed om te rusten en voed hem daar.
• Gaat de verstopping niet weg na 3-4 voedingen vraag dan direct ons of een lactatiekundige voor advies om een ontsteking te voorkomen.

Borstontsteking (mastitis)

Een borstontsteking (mastitis) is een ontsteking in de borst, die vooral bij vrouwen die borstvoeding geven, voorkomt. Een borstontsteking is een verstopte melkklier die verwaarloosd is. Symptomen hiervan zijn een pijnlijke harde plek in de borst, rode huid en pijn en koorts. In de meeste gevallen wordt een borstontsteking veroorzaakt door bacteriën en niet zozeer door andere ziektekiemen. Borstontsteking kan ook voorkomen bij vrouwen die geen borstvoeding geven. Zoals bij de meeste borstvoedingsproblemen, is ook een borstontsteking vaak het gevolg van een slechte aanlegtechniek; de borst wordt namelijk onvoldoende geleegd en zo ontstaat het begin van een borstontsteking. Denk je dat je een (beginnende) borstontsteking hebt, neem dan tijdens je kraamweek contact op met ons, daarna met je huisarts. Tips:

• Neem zoveel mogelijk rust.
• Blijf voeden met de pijnlijke borst. Het is belangrijk dat je borst steeds heel goed wordt leeggedronken- of gekolfd. Natuurlijk moet je ook met de andere kant blijven voeden. Als je zoveel pijn hebt dat je de baby niet aan de pijnlijke borst kunt aanleggen, voed dan eerst met de andere kant en zo gauw de pijn iets vermindert, voed dan aan de kant waar de ontsteking is. Soms kan afkolven minder pijnlijk zijn dan voeden.
• Warmte helpt tegen infecties. Het kan ook helpen de borst beter leeg te krijgen. Gebruik een warme kruik of warm kompres, maar pas op dat je de huid niet verbrandt.
• Koel de pijnlijke borst na het legen, gebruik nooit een bevroren product op de blote huid.
• Mocht er na 24 uur nog geen verbetering zijn van de klachten of binnen 24 uur zelfs sprake van verergering dan zal de borstontsteking behandeld moeten worden met antibiotica. Dit kan je huisarts dan voorschrijven.

Pijnlijke tepels/tepelkloven

Als je baby voor de eerste keer aan je borst drinkt, kan dit gevoelig zijn voor je tepels. Je tepels worden door het drinken uitgerekt waardoor het eerste aanhappen pijnlijk kan zijn, daarna moet de pijn afzakken. Als dit niet het geval is, dan is het belangrijk om op een aantal punten te letten. Tips:

• Zorg dat je de baby goed aanlegt. Verkeerd aanleggen is de meest voorkomende oorzaak van pijnlijke tepels. Hierdoor kunnen tepelkloven ontstaan.
• Zitten er wondjes/kloofjes op je tepel? Smeer dan na elke voeding een druppel melk op je tepel en laat het aan de lucht drogen. Vervolgens kan je ze nog insmeren met lanolinezalf of wolvet. Mocht voeden echt te pijnlijk zijn, dan kan je tijdelijk met een tepelhoedje gaan voeden of een dagje kolven en de afgekolfde melk aan je kindje geven.
• Schakel hulp in om de oorzaak van de pijn te achterhalen, de eerste 10 dagen zijn wij dit. Als de tepel kapot is kan het kindje wat bloed van de moeder binnen krijgen. Dit is niet erg, de voordelen van borstvoeding weegt nog altijd op tegen de nadelen. Het kindje kan wat misselijk zijn als het bloed binnen krijgt, soms spuugt een kindje deze voeding weer uit.

Kolven

Er kunnen meerdere redenen zijn om te gaan kolven. Soms kost het wat meer tijd voordat je baby goed aan de borst drinkt, hierdoor duurt het dus ook langer voordat de voeding op gang komt. Het kan nodig zijn om tijdelijk te kolven, zodat de productie van de voeding gestimuleerd wordt. Meestal is dit een kwestie van één à twee dagen. Als je tepels erg pijnlijk zijn door kloven, kan het verlichting geven om een dag alleen te kolven en niet aan te leggen, zo hebben je tepels de tijd om te herstellen. Kolven kan natuurlijk ook om puur praktische redenen. Als je een keer een paar uur achter elkaar weg wil of bijna weer gaat werken, dan kan het handig zijn om een voorraadje gekolfde borstvoeding in de diepvries te hebben. Hoe lang je dit vervolgens kan bewaren en hoe dit op te warmen is te vinden op www.borstvoeding.com, onder kopje bewaren en opwarmen. Vergeet ook niet op tijd met je kindje te oefenen met het drinken uit een flesje. Heb je tijdelijk een kolf nodig dan kan je deze bij ons lenen of huren bij de thuiszorgwinkel. Voor een langere periode is het aan te raden zelf een kolf aan te schaffen. Tijdens de eerste week kunnen wij en de kraamverzorgende je helpen bij het kolven, daarna kan het consultatiebureau of een lactatiekundige je daarin adviseren. Het is altijd aan te raden om bij problemen ook een lactatiekundige, het consultatiebureau of ons om advies te vragen.

Spruw/candida

Het is mogelijk dat je kindje besmet wordt met de candida schimmel, dit is een schimmel die veel vrouwen bij zich dragen maar alleen schadelijk is als er teveel van aanwezig is. Als je kindje aan je borst drinkt, kan de tepel en het mondje van het kindje besmet worden. Zo blijft de infectie door het voeden in stand. Dit heet spruw en is niet schadelijk voor jullie beide. Echter kunnen jullie beide er wel klachten van krijgen. Tekenen van spruw kunnen bij jou zijn dat je een stekende pijn hebt in je tepels en of borst en dat je tepels rood en glanzend zijn. Je baby kan last hebben van een witte aanslag op het gehemelte en tong en het kan zijn dat hij/zij vaak loslaat en een klakkend geluid maakt tijdens het drinken. Daarnaast is er soms sprake van een hardnekkige luieruitslag. Spruw is op verschillende manieren te behandelen. Tips:

• Let ten eerste op goede hygiëne, dus was spuugdoekjes, kleertjes, lakens, bh’s e.d. op 60ºC en vervang zoogkompressen regelmatig.
• Een behandeling met een antischimmel middel kan worden voorgeschreven door de huisarts. Het is erg belangrijk dat zowel jij als je baby behandeld wordt. Eerste keuze hierbij is miconazol voor jezelf en miconazol nitraat (Dactarin orale gel) voor je baby. Gebruik de middelen ten minste 7 dagen of tot een paar dagen nadat jullie klachten geheel zijn verdwenen.